Werkstuk informatie

Het ontstaan van de bamboefluit
Het idee om een zelf gemaakte fluit van bamboe te gebruiken in het onderwijs ontstond in 1926 bij Margaret James, een onderwijzeres aan een volksschool in Fulham (Engeland). De proef om goedkope fluitjes uit een warenhuis te gebruiken in de klas, was op een mislukking uitgelopen. Geld om goede instrumenten aan te schaffen was er niet; maar de kinderen wilden niets liever dan "muziek maken".

Toevallig kreeg miss James een Siciliaanse herdersfluit toegezonden en zij werd geboeid door de warme toon. Nadere beschouwing van dit fluitje had tot gevolg, dat zij met een aantal vrienden proeven begon te nemen en na veel experimenteren kon zij met haar eerste groepje op school beginnen met de eigen fluit.

Al gauw bleek, dat niet alleen de kinderen geïnteresseerd waren, ook volwassenen wilden een fluit maken. Zo ontstonden de eerste cursussen, die leidden tot de oprichting van "The English Pipers' Guild". De grondslag was, dat ieder zijn eigen instrument maakte, versierde en bespeelde. Vanuit Engeland verspreidde de beweging zich over de wereld, tot in Japan toe. Het Gilde organiseert eens in de vijf jaar een Internationale cursus, om de beurt neemt een van de landen de organiserende taak op zich. Er moet dan flink gespaard worden om zoveel buitenlandse gasten te kunnen ontvangen. Elk jaar organiseert het Nederlandse Gilde verschillende landelijke kampen. En ook worden er in het hele land cursussen gegeven op scholen, wijkcentra en bij de gezellen thuis.

Het materiaal dat wij gebruiken: Bamboe

Toen onze verre voorvaderen ontdekten, dat je met behulp van een holle pijp muziek kon maken, zullen zij daarvoor (naast holle beenderen van dieren) vooral allerlei riet soorten gebruikt hebben. En tot vandaag toe worden overal waar geschikt riet groeit fluiten gemaakt van dit materiaal: het is immers goedkoop en gemakkelijk te bewerken met wat eenvoudig gereedschap.

Bamboe is een rietsoort, die in vele variaties in tropische streken groeit. Gelukkig voor ons wordt het geregeld hier ingevoerd om voor allerlei doeleinden te dienen. Jarenlang betrok ons gilde zo via de groothandel bamboe uit Japan en Malaya. Dat was erg geschikt voor ons doel: mooi regelmatig met een vrij dunne wand. De invoer uit deze streken stagneerde echter door misoogsten en nu komt ons bamboe uit Formosa en Taiwan. Dit bamboe is ook heel bruikbaar. Het is alleen wat onregelmatiger van vorm en dikte en vraagt daarom soms wat meer inzicht en inventiviteit om tot een goed resultaat te komen. We zouden dit echter zelfs een voordeel kunnen noemen, omdat het ons nog meer dwingt ons te verdiepen in het hoe en waarom van de fluitenbouw.

Bamboe behoeft niet uitsluitend betrokken te worden uit het gildemagazijn. Ook hengelstokken, etalagemateriaal, bonenstokken, oude bamboemeubelen, polsstokken, tuinharken enz. kunnen geschikt materiaal leveren voor onze fluiten. De kleur is meestal geelachtig, maar soms ook bruin of gevlekt.

Bamboe bestaat uit een holle buis met een harde bast. Op regel matige afstanden zitten er knopen in. Daar hebben zijscheuten en bladeren gezeten. Bij de knopen zien we soms de resten van een knop. De cellen, waaruit de plant is opgebouwd, zijn bijzonder lang en dun. Tussen de knopen in lopen ze allemaal in de lengte richting, vergelijkbaar met een bundel limonaderietjes. Er zijn geen stevige dwarselementen, die de cellen verbinden en dat is de reden, waarom er gemakkelijk barsten ontstaan. Bij de knopen is de struktuur wat onregelmatiger. Het hout is daar vaak ook harder en dikker en dat heeft weer invloed op de klank van onze fluiten.

Kurk
Kurk is een beschermingsweefsel, dat stam en takken van bomen en struiken omgeeft. Meestal is de laag dun. Maar bij de kurkeik is de laag heel dik en geschikt om voor allerlei doeleinden te gebruiken. In de kurk zien we jaarringen, die ons niet hinderen. Maar er zijn ook steen- of luchtkanalen, waar we veel last van kunnen hebben.

Oorspronkelijk gebruikte Margaret James kurk als tijdelijke oplossing (tijd- en werkbesparing) bij haar experimenten om van de herdersfluit een bruikbaar instrument te maken voor haar schoolkinderen.

Alle bekende bamboefluiten uit oosterse landen hebben stoppen van hout. Maar de kurk bleek zo goed te vol doen, dat zij niet verder zocht naar andere materialen. Kurk is een beetje elastisch en sluit daarom de bamboebuis goed af. Kurk bestaat uit met lucht gevulde cellen en neemt geen vocht op (vandaar het grote drijfvermogen). Als de kurk bij het kanaal soms toch enigszins uitzet, komt dat doordat de lucht in de cellen warm wordt, wanneer wij op de fluit blazen.

De kurk is nog steeds het meest ideale middel om wijn van de buitenwereld te scheiden. Kurk komt van de kurkboom, familie van de eik. Het bijzondere van de kurkeik is zijn centimeters dikke schors. Het mooie is dat je die dikke schors van de stam en van grote takken kunt slopen zonder dat de boom doodgaat. Na de 25ste verjaardag van de kurkeik is zijn schors dik genoeg om voor ons interessant te zijn; daarna wordt hij elke negen jaar in de zomer van zijn schors ontdaan. De gemiddelde kurkeik wordt 175 jaar oud. Elk jaar worden wereldwijd zo'n 7,7 miljard wijnkurken gemaakt. Slechts 40 procent van de kurkschors wordt uiteindelijk gebruikt om kurken uit te ponsen. De kwaliteit daarvan varieert nogal. Kurken zijn er in acht kwaliteiten. Van belang zijn de buigzaamheid, de lengte, de veerkracht, de gaafheid, de kleur, de vochtigheid, de chemische samenstelling en het soortelijk gewicht. Een goede kurk is behoorlijk duur. De beste kosten een gulden per stuk. Voor de producent van dure bourgogne kan zo'n dure kurk er nog wel af. Maar bij huis-, tuin- en keukenwijn wordt het wat begrotelijk.

Regels voor 't onderhoud van de fluiten.


Inspelen
Een nieuwe fluit moet ingespeeld worden. Neem een keukenwekker.
Je speelt de nieuwe fluit in volgens dit schema:

• dag een: een minuut
• dag twee: twee minuten
• dag drie: drie minuten
• dag vier: vier minuten
• dag vijf: vijf minuten
• dag zes en zeven ook vijf minuten
• daarna op dezelfde wijze opbouwen naar tien minuten
• en na weer zeven dagen opbouwen naar een kwartier
• nu, na drie weken, is hij voldoende ingeblazen om aan de hogere
(overblaas-)tonen te gaan werken


Opbergen
Niet op radio, televisie, schoorsteenmantel of vensterbank. Ook niet in de zon of op de tocht of in een waterdichte fluitenzak (schimmel ). Wel ergens veilig aan de muur of in een luchtige kast. Van veel belang voor een muziekinstrument is de vochtigheidsgraad. Niet te nat dus, maar vooral niet te droog (centrale verwarming).

Temperatuur
Temperatuurwisselingen zijn gevaarlijk. Zorg dus voor een dikke, warme fluitenzak, die niet waterdicht is. Maak de fluit warm voor je gaat spelen: een poosje onder je arm, of in je zak. Blaas door een gaatje de koude lucht uit de binnenkant. Warm wrijven kan ook. En als je weer naar buiten gaat: altijd jas aan!

Onderhoud
Af en toe lekker stevig oppoetsen zodat hij weer glimt, eventueel met gebruik van een klein beetje boenwas. Niet teveel, want dan gaat hij plakken in plaats van glimmen! Als je nog niet erg bedreven bent in het fluiten bouwen, wees dan voorzichtig met zelf prutsen aan je fluit als de toon niet meer naar je zin is. Zoek iemand die je helpen kan, b.v. via de correspondenten van het gilde. Als je erg nat blaast, b.v. als je net een beugel hebt, is het goed om na het spelen de kurk uit de fluit te halen en alles droog te maken, om schimmelvorming te voorkomen. Maar wees voorzichtig; de kurk is erg kwetsbaar en moet heel voorzichtig op precies de juiste plaats terug geschoven worden. Natuurlijk is het nog beter in dit geval (nat blazen) te proberen je blaastechniek te verbeteren.

Tenslotte
De correspondent of gezel in je buurt geeft graag advies bij barsten of andere problemen. Wanhoop nooit; bijna alles kan gerepareerd worden.